Je bent een uur onderweg, het landschap opent zich langs de weilanden, en dan voel je het: een brandend plekje aan de zijkant van je voet. Dat gevoel ken je misschien. Blaren zijn een van de meest voorkomende klachten bij meerdaagse wandelingen, maar ze zijn in de meeste gevallen goed te voorkomen. Het begint bij de juiste voorbereiding, nog voor je de eerste stap zet.
Waarom blaren ontstaan tijdens het wandelen
Een blaar is het gevolg van wrijving tussen je huid en een oppervlak, meestal je sok of schoen. Als je huid steeds op dezelfde plek beweegt, ontstaat er een vloeistofblaasje dat de diepere huidlagen beschermt. Dat klinkt nuttig, en dat is het ook, maar het is tegelijk een signaal dat er iets niet klopt in de pasvorm of de beweging van je voet.
Bij lange wandelingen speelt ook zwelling een rol. Na een paar uur lopen zwellen je voeten licht op, soms een halve maat of meer. Als je schoen ‘s ochtends precies goed zat, kan hij ‘s middags te strak aanvoelen op precies die plekken waar de huid het meest kwetsbaar is: de hiel, de bal van de voet en de zijkanten van de tenen.
Vochtopbouw verergert het probleem. Een natte sok biedt meer wrijving dan een droge, en bij warm weer zweet je voet sneller dan je denkt. Dat maakt de combinatie van warmte, afstand en verkeerde sokken een van de meest voorspelbare oorzaken van blaren op meerdaagse tochten.
De juiste schoenen als basis
Het klinkt voor de hand liggend, maar de meeste blaren beginnen bij een schoen die niet goed past. Niet te groot, niet te klein, en zeker niet nieuw op de dag van vertrek. Nieuwe wandelschoenen hebben een inlooptijd nodig van minstens vier tot zes weken bij regelmatig gebruik. Je voet en de schoen moeten wennen aan elkaars beweging.
Kies een schoen met genoeg ruimte bij de tenen, maar zonder dat je voet naar voren schuift bij het afdalen. Dat schuiven is een veelgemaakte fout: de schoen lijkt groot genoeg, maar bij een helling glijdt de voet toch naar voren en slaat de grote teen steeds tegen de neus van de schoen.
Laat je adviseren in een gespecialiseerde winkel waar ze ook je looppatroon bekijken. Een schoen die mooi zit in de winkel, maar niet aansluit op de breedte van je voet of de stand van je enkel, geeft vroeg of laat problemen. Neem bij twijfel ook je eigen wandelsokken mee naar de winkel.
Sokken zijn geen bijzaak
Veel wandelaars besteden veel aandacht aan hun schoenen en nauwelijks aan hun sokken. Dat is een gemiste kans. Een goede wandelsok is dikker op de hiel en de bal van de voet, heeft geen dikke naden bij de tenen en is gemaakt van materialen die vocht afvoeren, zoals merinowol of synthetische vezels.
Katoenen sokken zijn voor dagelijks gebruik prima, maar bij wandelen houden ze vocht vast. Zodra een katoenen sok nat is, blijft hij nat, en dan neemt de wrijving snel toe. Merino wol is populair onder ervaren wandelaars omdat het ook bij warmte relatief droog aanvoelt en minder snel gaat ruiken.
Dubbele sokken, waarbij je een dunne sok onder een dikkere draagt, zijn een beproefde methode om wrijving te verminderen. De twee lagen bewegen ten opzichte van elkaar in plaats van ten opzichte van je huid. Dat klinkt omslachtig, maar voor mensen die snel blaren krijgen werkt het verrassend goed.
Voorbereiding van je voeten voor de tocht
Je voeten verdienen aandacht nog voor de wandeling begint. Droge, gebarsten huid is gevoeliger voor blaren dan soepele, goed verzorgde huid. Smeer je voeten de week voor een meerdaagse tocht dagelijks in met een vettende crème, met extra aandacht voor de hiel en de zijkanten.
Likdoorns en eelt kunnen soms beschermend werken, maar als ze ongelijkmatig zijn, kunnen ze juist extra drukpunten veroorzaken. Laat ze voor een lange tocht bijwerken door een pedicure als je twijfelt. Lange teennagels zijn een andere valkuil: ze drukken bij het afdalen tegen de binnenkant van de schoen en veroorzaken bloeduitstortingen onder de nagel of blaren bij de nagelrand.
Sommige wandelaars gebruiken zinkzalf of anti-blaar sticks op plekken die ze kennen als probleemgebieden. Dat is zeker zinvol als je weet waar je eerder last van had. Maar het vervangt geen goede schoen of sok, het is een aanvulling.
Wat je onderweg kunt doen
Als je tijdens een etappe een brandend gevoel voelt, stop dan vroeg. Een blaar die net begint te vormen, een hotspot, is nog te behandelen. Neem even de tijd om je schoen en sok uit te trekken, te kijken wat er speelt en de plek af te plakken met blaarpleister of tape. Wacht niet tot het pijn doet.
Blaarpleister werkt door de wrijving op te nemen en de huid te beschermen. Er zijn verschillende soorten, van dunne filmpleister tot dikkere hydrocolloïde pleisters. De laatste zijn wat duurder maar houden langer en zitten beter bij transpiratie. Neem altijd een kleine EHBO-set mee met in ieder geval een paar pleisters, schaar en schoon gaas.
Bij warmte is het ook slim om je sokken halverwege de dag te wisselen als je de mogelijkheid hebt. Een frisse, droge sok op een vochtige voet maakt direct verschil. Sommige wandelaars nemen een extra paar sokken mee in hun rugzak, ook al lijkt dat overdreven. Na een lange etappe in de zon begrijp je waarom.
Blaren die toch ontstaan: wat nu
Soms ontstaat er ondanks alle voorzorgsmaatregelen toch een blaar. Dan is de vraag: open of dicht laten? Een kleine, gesloten blaar laat je het liefst intact. De huid eroverheen beschermt de wond en vermindert het risico op infectie. Dek hem af met een pleister en loop verder als het kan.
Een grote blaar die strak staat en pijn doet bij elke stap, kun je voorzichtig openen met een gesteriliseerde naald, aan de zijkant, zodat het vocht eruit loopt maar de huid op zijn plek blijft. Druk daarna zacht leeg, dek af met een steriele pleister en houd hem de volgende dagen goed in de gaten op tekenen van infectie: roodheid die uitbreidt, warmte of pus.
Bij aanhoudende pijn, een blaar die niet geneest of tekenen van infectie is het verstandig om een huisarts of fysiotherapeut te raadplegen. Zeker als je merkt dat de pijn verder reikt dan de blaar zelf, of als je je looppatroon aanpast om de pijn te vermijden. Dat laatste geeft snel nieuwe klachten elders in het been of de heup.
Hulpmiddelen voor wandelaars met extra kwetsbare voeten
Sommige mensen hebben van nature dunnere of gevoeliger huid, of hebben door ouderdom of aandoeningen minder vetweefsel onder de voetzool. Voor hen is de drempel voor blaren en drukplekken lager. Dat betekent niet dat lange wandelingen niet mogelijk zijn, maar wel dat de voorbereiding meer aandacht verdient.
Inlegzolen kunnen drukpunten beter verdelen en geven extra demping op plekken waar de schoen dat zelf onvoldoende biedt. Er zijn kant-en-klare varianten, maar ook op maat gemaakte zolen die door een podotherapeut worden aangemeten. Voor mensen die regelmatig lange afstanden lopen is dat een investering die zichzelf terugverdient.
Voor mensen die door een aandoening of na een operatie minder goed te been zijn, is ook de thuissituatie relevant. Wie moeite heeft met staan in de douche, kan een douchestoel gebruiken om veilig en comfortabel te wassen. Dat soort hulpmiddelen zijn in allerlei uitvoeringen te vinden, bij JadaCare zie je bijvoorbeeld een breed assortiment douchestoelen met verstelbare poten en antislipvoeten. Het is een detail, maar voor wie kwetsbare voeten heeft, maakt ook de verzorging thuis deel uit van het grotere plaatje.
Veelgestelde vragen over blaren bij het wandelen
Hoe weet ik of mijn wandelschoenen goed genoeg zijn ingelopen?
Een goed ingelopen schoen voelt comfortabel aan bij een wandeling van een uur of langer, zonder drukpunten of schuurplekken. Als je na twintig minuten al een brandend gevoel ergens voelt, is de schoen nog niet klaar voor een lange etappe. Gebruik nieuwe schoenen eerst op kortere tochten, bouw de afstand geleidelijk op en let op de plekken waar de schoen het meest wrijft.
Mag ik gewoon doorlopen met een blaar?
Dat hangt af van de grootte en de pijn. Een kleine, gesloten blaar die niet storend aanvoelt, is vaak geen reden om te stoppen, zeker als je hem goed afdekt. Een blaar die bij elke stap pijn doet of die open is, vraagt om meer aandacht. Loop niet door als je daardoor je looppatroon aanpast, want dat geeft op termijn meer klachten dan de blaar zelf.
Welke pleisters werken het best bij blaren onderweg?
Hydrocolloïde pleisters zijn de voorkeur van veel wandelaars omdat ze vocht opnemen, beschermen en goed blijven zitten bij transpiratie. Ze zijn iets dikker dan gewone pleisters, wat ook extra demping geeft. Voor hotspots, plekken die nog geen echte blaar zijn maar al wel branden, is een dunne filmpleister of sporttape ook een goede optie. Neem beide mee als je gaat voor meerdere dagen.
Leave a Reply